Gebruik het meegeleverde alcoholdoekje om vuil, vet en vingerafdrukken van de cameralenzen te verwijderen. Droog de lenzen daarna volledig met het microvezeldoekje.
Controleer of er nog stofdeeltjes op of rond de camera zitten. Gebruik de dust removal sticker om de laatste stofrestjes voorzichtig weg te halen.
Verwijder voorzichtig de beschermfolie aan de onderzijde van de camera protector. Raak de kleefzijde niet aan om vlekken te voorkomen.
Lijn de camera protector zorgvuldig uit over de cameralenzen en uitsparingen. Zorg dat deze recht ligt voordat je hem laat zakken.
Plaats de camera protector op de camera en druk deze gelijkmatig aan, vooral rondom de randen. Zo hecht de protector zich optimaal.
Controleer of de camera protector goed vastzit en geen loszittende randen heeft. Plaats eventueel je hoesje terug.